Kerkdiensten

te Zwolle

Zondag 25 juni 2017
10.00 - Br. H.J. Heres - H.C. Zondag 39
16.30 - Ds. M.A. Sneep
1e collecte: Kerk
2e collecte: Steun hulpbehoevende studenten

Zondag 2 juli 2017
10.00 - Br. M. van Pijkeren
16.30 - Ds. S. de Marie - H.C. Zondag 40
1e collecte: Kerk
2e collecte: Opleiding tot de Dienst des Woords
Meer kerkdiensten


Locatie

Kerkgebouw
"De Hoeksteen"
Scheldelaan 141
8032 PB Zwolle
Bekijk kaart

Wat zijn de Gereformeerde kerken in Nederland (hersteld)?


INHOUD

  1. Wat zijn De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld)?

  2. Wat is de achtergrond van de nieuwe vrijmaking?

  3. Welke besluiten van de synode van Zuidhorn zijn door de Synode van Mariënberg verworpen?

  4. In welk geestelijk klimaat vond de nieuwe vrijmaking plaats?

  5. Was het moment van de nieuwe vrijmaking wel goed gekozen?

  6. Wat willen wij als De Gereformeerde Kerken (hersteld) na de nieuwe vrijmaking handhaven?


1. Wat zijn De Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld)?
De Gereformeerde Kerk te Zwolle e.o., waaronder ook de wijkgemeente te Ermelo is opgenomen, is één van de kerken die samen het kerkverband vormen van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Dit kerkverband omvat, na de oproep tot vrijmaking op de landelijke vrijmakingvergadering van 20 september 2003, momenteel negen kerken, verspreid over het land.
De vrijmaking van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKv) betekende tevens de voortzetting van deze kerken. Op de Synode van Mariënberg 2005/2006 waren deze kerken bijeen en hebben zij ook hun huidige naam vastgesteld.
In Zwolle vond de vrijmaking plaats op 9 oktober 2003, en werd de kerk ambtelijk geïnstitueerd (ingesteld) op 15 februari 2004. De kerk te Zwolle e.o. telt momenteel circa 150 leden, het kerkverband circa. 1200 kerkleden.

2. Wat is de achtergrond van de nieuwe vrijmaking?
De nieuwe vrijmaking was noodzakelijk en onvermijdbaar in verband met een reeks besluiten genomen door de Synode van Zuidhorn 2002/2003 van de GKv die in strijd waren met Gods Woord en de belijdenis van de Kerk. Deze besluiten vormden een bevestiging en afronding van een jarenlange ontwikkeling in de GKv. Tegen de onderwerpen van de betreffende besluiten was middels revisieverzoeken en bezwaarschriften al uitgebreid bezwaar aangetekend op meerdere kerkelijke vergaderingen. Ook was tegen deze zaken jarenlang gewaarschuwd middels publicaties van vele artikelen in het blad Reformanda, en brochures van de Landelijke Werkgroep voor Voorlichting Kerkelijke Ontwikkelingen LWVKO, en op voorlichtingsvergaderingen. Nadat de Synode van Zuidhorn 2002/2003 echter alle revisieverzoeken en vrijwel alle bezwaren had afgewezen, was er naar art. 31 en art. 33 van de K.O. geen kerkelijke weg overgelaten anders dan een Oproep tot Reformatie. Deze oproep, die vergezeld ging van de brochure Laten we ons bekeren, vond plaats in februari 2003. Hierin werden de leden aangesproken om hun kerkenraden te verzoeken om niet tot ratificatie (officiële bevestiging) van de aangevochten besluiten over te gaan, maar om ze te verwerpen en om terug te keren naar de gehoorzaamheid aan Gods Woord. Pas toen ook deze oproep algemeen was verworpen en de besluiten metterdaad werden geratificeerd, werd de oproep tot vrijmaking gedaan in september 2003. Daarmee werd gehoor gegeven aan de oproep van NGB art. 28 (“is het volgens Gods Woord de roeping van alle gelovigen zich af te scheiden van hen die niet bij de kerk horen”). Dit was alleen vereist omdat door alle onderstaande ontwikkelingen en besluiten van de GKv niet meer gezegd kon worden, wat wij van de ware Kerk belijden: “Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd” (NGB, art. 29).

De meeste aangevochten besluiten zijn opgenomen in de Akte van Vrijmaking of Wederkeer, een particulier document dat steeds heeft gediend als voorbeeld voor individuele vrijmakingen. Deze besluiten zijn tevens beoordeeld door de Synode van Mariënberg 2005/2006 als zijnde strijdig met de Heilige Schrift, de drie Formulieren van Eenheid (die bevatten de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels) en de Gereformeerde kerkorde.

3. Welke besluiten van de synode van Zuidhorn zijn door de Synode van
    Mariënberg 2005/2006 verworpen?

  • Dat het toegestaan is om de zondagsrust te zien als een menselijke instelling. Dat de geloofsopvatting, dat naar het vierde gebod de zondagsrust nog steeds door God geboden wordt, niet aan de gemeente mag worden opgelegd.
    De Schriftuurlijke prediking werd hierdoor eigenmachtig aan banden gelegd, en de kerkelijke tucht over zonde tegen het vierde gebod beknot. Bovendien werden met de ontkrachting van het vierde gebod àlle geboden aangetast (Jac. 2:10).

  • De Schriftkritiek werd aanvaard door middel van besluiten met betrekking tot de voortgaande eenheid met de Christelijke Gereformeerde kerken en de Nederlands Gereformeerde kerken, waar deze valse leer geduld wordt.

  • De 117 gezangen uit het Liedboek voor de kerken, die afwijken van Schrift en belijdenis, werden ondanks ingebrachte bezwaren door de Synode vrijgegeven voor gebruik in de eredienst. Hierdoor werden allerlei dwalingen openlijk of dubbelzinnig in het kerklied op de lippen van de kerkleden gelegd: zoals de leer van de alverzoening, de ideeënleer van een vrederijk op deze aarde, en die van een bevrijdingstheologie, het miskennen of afzwakken van de antithese (tegenstelling tussen geloof en ongeloof, tussen kerk en wereld) en de eis van het verbond en het offer van Christus als verzoening door voldoening. De inhoud van berijmde Schriftgedeelten werd verminkt. In de gemeentezang was de eendracht van het loven en prijzen van de Here verbroken.
  • het zegenende gemeentelid,
  • vertegenwoordiging in kerkdiensten van niet-gereformeerde kerken,

  • ongecontroleerde viering van het Heilig Avondmaal in crisisgebieden,

  • vrijgeven van de vertaling Groot Nieuws 1996 in de eredienst,

  • ontkrachting van de art. 65 en 67 KO,

  • het herziene huwelijksformulier,

  • invoering van het ordinarium,

  • het onkritisch aangaan van een zusterkerk relatie met buitenlandse kerken (PCEA in Australië) die open avondmaal hebben,

  • en het rapport en de besluiten over echtscheiding.

Daarnaast nog andere besluiten betreffende vrouwenstemrecht, kerkelijk werkers, kerkelijke examens en liturgie, die genomen zijn door de GS Ommen 1993, Berkel en Rodenrijs 1996, Leusden (1999) en Zuidhorn (2002/2003) (zie Acta van GS Mariënberg 2005/2006).


 4. In welk geestelijk klimaat vond de nieuwe vrijmaking plaats?
Deze besluiten kwamen niet zomaar, er ging een lange tijd aan vooraf waarin sprake was van een langzaam voortschrijdend proces van afval en afdwaling niet alleen in de leer maar vooral ook in het kerkelijk leven. Belangrijke elementen hierbij waren de secularisatie (aanpassing aan de wereld zonder God) en het oecumenistische streven (eenheid ten koste van de waarheid) en het loslaten van het gezag van Gods Woord (o.a. door Schriftkritiek en tolerantie).
Hierbij zijn te noemen,

  • het verwaarlozen van de antithese (tegenstelling) met de wereld in prediking en onderwijs,

  • het krachteloos maken van de norm van Gods geboden, met name het 4e en 7e gebod,

  • een verkeerd zicht op de schriftuurlijke verhoudingen van man en vrouw binnen het huwelijk, 

  • een onschriftuurlijke schriftuitleg m.b.t. de christelijke vrijheid t.a.v. Gods geboden,

  • het aanvaarden van onschriftuurlijke liederen, van oecumenische of evangelische afkomst,

  • het aanvaarden van Schriftkritiek in de theologische opleiding van Kampen, in publicaties, in aanvaarde bijbelvertalingen, in evangelisatiecursussen en in de contacten met andere kerkgenootschappen,

  • het loslaten van de belijdenis, onder meer op het punt van de kerk, ten gunste van de onschriftuurlijke eenheidsdrang,

  • het loslaten van de zeggingskracht van de kerkorde, waardoor onverantwoorde vrijheid en independentisme (onjuist streven naar onafhankelijkheid) in de hand worden gewerkt,

  • verschraling en vervlakking van de prediking, waarbij vooral de hoorder in beeld moest komen,

  • grote invloed van evangelische en charismatische bewegingen in de vormgeving en inhoud van de eredienst, en de catechese (alphacursus),

  • wildgroei van liturgische vernieuwingen, waarbij de nadruk ging liggen op het religieuze gevoel en de creativiteit van de mens,

  • het openstellen van het avondmaal voor niet kerkleden, 

  •  het nalaten van de kerkelijke tucht,

  • de vergaande tolerantie op allerlei gebied van leer en leven

Dit alles ontwikkelde zich in kerken, waarbij in veel opzichten het “ja” van het handhaven van Gods Woord kwam te staan naast het getolereerde “nee”. Hierdoor waren de GKv verworden tot pluralistische (met meerdere tegenstrijdige leren naast elkaar) kerken.


5. Was het moment van de nieuwe vrijmaking wel goed “gekozen”?
In de Oproep tot reformatie (en de brochure Laten wij ons bekeren werd niet alleen opgeroepen om de gewraakte besluiten te verwerpen, maar ook werd met klem opgeroepen om van deze verbastering en deformatie van de kerk terug te keren, zowel plaatselijk als binnen het kerkverband. Wat betreft de timing (keuze van tijdstip) van deze oproep in febr. 2003: deze viel op het moment dat reeds een start werd gemaakt met de ratificering ((officiële bevestiging) van de toen al geldende synodebesluiten van Zuidhorn. Kerkenraden konden toen nog worden benaderd. Zes maanden later zou de ratificatieperiode voorbij zijn. Pas toen, toen tevens bleek dat de oproep tot reformatie massaal verworpen werd, en dat ratificatie plaatselijk een feit was, toen werd de landelijke oproep tot vrijmaking gedaan, een oproep die nog voortduurt tot op de huidige dag. Het feit dat toen alle kerkenraden en het merendeel van de kerkleden niet meer bereikbaar bleken voor de herhaalde argumenten en bezwaren en dat zelfs een bekering niet nodig werd geacht, zou kunnen betekenen dat het tijdstip van de oproep tot vrijmaking eigenlijk eerder te laat dan te vroeg was. Verbijsterend moest worden vastgesteld dat men elkaar niet meer kon bereiken en dat de aloude paden waren verlaten zonder open te willen staan voor terugkeer.


6. Wat willen wij als De Gereformeerde Kerken (hersteld) na de nieuwe
        vrijmaking handhaven?

  • Als voortzetting van De Gereformeerde Kerken in Nederland willen wij zijn en blijven de algemene (katholieke), christelijke kerk in ons land. Dat houdt in dat wij alleen gebonden zijn aan de basis, het fundament van de kerk, nl. Gods Woord, de Gereformeerde belijdenisgeschriften, die Gods Woord naspreken en de Gereformeerde (Dordtse) Kerkorde, die op Gods Woord is gegrond.
    Niets boven Gods Woord mag ons binden (1 Kor. 4: 6,7), we mogen er ook niets aan toevoegen of van afdoen (Deut. 4:2, Openb. 22: 18, 19)!  

  • Op deze basis zoeken wij ook de hartelijke kerkelijke eenheid met alle ware gelovigen die dezelfde basis onderschrijven en daaraan in de praktijk gebonden blijken.
    Dit laatste, “en daaraan in de praktijk gebonden blijken”, is een belangrijke toevoeging, omdat meerdere kerkgenootschappen in Nederland ook beweren te staan op deze basis, maar er in de praktijk van synodebesluiten en leertolerantie, tot ons leedwezen moeten we dat zeggen, niet aan voldoen. Dat betekent niet dat we geen boodschap aan hen hebben: in tegendeel! Wij willen ook hen oproepen om terug te keren naar de gehoorzaamheid aan Gods Woord in alles. Zodat ook zij zich richten op het zuivere Woord van God, alles wat daarmee strijd verwerpen en hun ene hoofd Jezus Christus erkennen (art. 29 NGB). Alleen zo kan de ware eenheid, dat is de echte eenheid in de waarheid, worden gediend.
    Deze eenheid zoeken en blijven wij zoeken in Nederland en in de hele wereld. 

  • Wij willen weer terug naar de eerbiedige gehoorzaamheid aan Gods onfeilbaar Woord en ons daaraan in woord en daad gebonden weten. Dat betekent ook dat de ingezette reformatie ook moet gelden voor héél ons leven, kerkelijk, maar ook persoonlijk. Dat kan alleen op basis van het offer van Christus eenmaal aan het kruis volbracht en in de kracht van Christus’ Geest. Tot hem moeten we blijven vluchten met al onze zonden en tekortkomingen. Maar daarbij is het leven één: wij willen daarbij onverkort handhaven en hartelijk leven naar al Gods geboden in een goddeloze samenleving, opkomen tegen alle vormen van Schriftkritiek en alle dwaalleer weren die in strijd is met Gods Woord. Kortom, wij willen Gods Woord en Geest laten regeren op alle terreinen van leer èn leven. Dat vraagt van ons doorgaande reformatie.

  • Wij willen leven in het verbond dat God met ons heeft gesloten, en dat wordt bekrachtigd door de ware bediening van de sacramenten. 

  • Wij willen handhaven de kerkelijke tucht die naast de prediking van de volkomen leer van de verlossing, sleutel is tot het Koninkrijk der hemelen (H.C., Zondag 31).

  • Wij zien ons als Kerk ‘van de laatste dagen’ geplaatst in grote tegenstelling - antithese - met de wereld die los van God wil zijn. Deze antithese is door de Here zelf gezet. We zien ons daarbij als strijdende Kerk op weg naar de eeuwige heerlijkheid ons in genade bereidt door het overwinnend werk van onze Here Jezus Christus, dat is door zijn lijden, zijn opstanding, en zijn regering in heerlijkheid. Daarbij mogen wij en alle andere ware gelovigen nu al zijn burgers van het koninkrijk der hemelen.


naar boven naar boven